Veel voorkomende oogafwijkingen
Verziendheid (Hypermetropie of Hyperopie)
Mensen die van nature een te korte oogas hebben én mensen waarbij hun hoornvlies (cornea) en de ooglens tezamen niet voor genoeg breking van het licht kunnen zorgen, hebben last van verziendheid. Het beeld dat wordt waargenomen valt niet automatisch scherp op het netvlies. Hierdoor is van dichtbij scherp zien is zonder hulpmiddelen niet altijd goed mogelijk.
Om de voorwerpen toch scherp op het netvlies te krijgen moet de ooglens zich voortdurend blijven aanpassen (accommoderen) wat erg vermoeiend is. Dit leidt tot klachten als: algemene vermoeidheid, hoofdpijn, concentratieproblemen en branderige ogen.
Een lens (bril of contactlenzen) met positieve sterkte kan dit euvel verhelpen. Deze positieve contactlenzen corrigeren het ‘achter het netvlies’ vallen van het scherpste beeld en verleggen dit scherptepunt naar de juiste plek.
Hier zitten bij een bril wel grenzen aan. Indien iemand dermate slecht dichtbij zicht heeft en zeer hoge positieve waardes nodig heeft om de foutieve breking van het licht te corrigeren, is het niet mogelijk dan ook tegelijkertijd in de verte nog goed scherp te kunnen zien met het dragen van lenzen met grote pluswaardes. Deze grens ligt bij brilglazen met waarden van ongeveer plus 15. Bij contactlenzen is dit probleem niet aanwezig. Ook hogere sterkten kunnen worden gecorrigeerd.